debugde - WikiWoordenboek
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·bug·de
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| debuggen |
debugde
- enkelvoud verleden tijd van debuggen
- Ik debugde.
- Jij debugde.
- Hij, zij, het debugde.
- Ik debugde.
Gangbaarheid
- Het woord debugde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.